In huize Rommelhok gaat mevrouw Rommelhok over de desserts. Meneer Rommelhok is in al dat zoete spul niet bovenmatig geïnteresseerd.
Nu had meneer Rommelhok van de culinaire uebernerd Heston Blumenthal vernomen dat het mogelijk is chocolade-mousse te maken zonder met room, eieren en gelatine aan de slag te gaan. Blumenthal beweert dat water en chocolade alleen voldoende is.
Mevrouw Rommelhok geloofde hier niets van.
Uiteindelijk kocht meneer Rommelhok daarom zelf maar een plak zwarte chocolade van honderd gram (kosten: vijftig eurocent) bij de Xenos. Hij brak ‘m in stukken, smolt ‘m, goot er iets meer dan honderd milliliter water bij, roerde en goot het mengsel toen in een metalen kom die hij in een wat grotere kom met ijswater had geplaatst. Vervolgens begon hij te kloppen.
En inderdaad: na een paar minuten ontstond er een min of meer schuimig mengsel waarvan zelfs mevrouw Rommelhok moest toegeven dat het wel iets weghad van chocolade-mousse.
Natuurlijk had meneer Rommelhok wèl iets verkeerd gedaan. Zo moet er juist minder water in het mengsel dan chocolade (Heston Blumenthal beveelt 225 gram chocolade op 200 milliliter water aan). Daarnaast had hij veel te weinig ijswater (water met ijsklontjes) tot z’n beschikking zodat de warme chocolade niet snel genoeg koud werd en opsteef. Het gevolg was dat de “mousse” nogal vloeibaar bleef. Ondanks deze fouten was het echter zonneklaar duidelijk dat je op deze manier heel goed met heel weinig moeite luchtige chocolademousse kunt maken.
Deze chocolademousse is een vinding van de Franse voedselwetenschapper Hervé This, die hem ontdekte toen hij de stelregel van de klassieke keuken onderzocht dat chocolade en water niet kunnen mengen. Het bewijs dat dat gegeven de juiste omstandigheden wel degelijk kan, noemde hij chocolade crème chantilly, en wel omdat hij de structuur van het resultaat vond lijken op die van banketbakkersroom (”crème chantilly” in het Frans).