Matthijs C. de Jonge



Klassieke sauzen 3: Béchamel

De broer van meneer Rommelhok kookt professioneel in een Italiaans restaurant. Toen die broer een maand geleden aanbood voor het kerstdiner van de familie te zorgen, aarzelde meneer Rommelhok dan ook geen moment om zijn diensten aan te bieden. ‘t Is immers niet dagelijks dat je de kunst kunt afkijken van een vakman.
Het kerstdiner was bijzonder geslaagd, uiteraard (de strenge chef zorgde ervoor dat meneer Rommelhok vrij weinig heeft kunnen verpesten), maar wat voor dit weblog vooral van belang is dat er “Crespelles alla Fiorentina” op het menu stonden. Dat zijn flensjes met een vulling van spinazie en ricotta (voor de liefhebber: 500 gram spinazie blancheren, al het vocht eruitknijpen, vermengen met 250 gram ricotta) met daaroverheen Béchamel-saus. En aangezien Béchamel-saus één van de klassieke basissauzen is die meneer Rommelhok zich voorgenomen heeft te leren maken, begrijpt u het belang van dit gerecht voor zijn culinaire opvoeding.

Ingrediënten

  • Een pakje boter
  • Een pak volle melk
  • Bloem
  • Zout, peper
  • Nootmuskaat
  • Geraspte parmezaanse kaas (?)

Bereiding

  1. Smelt de boter op laag vuur.
  2. Als de boter gesmolten is, roer je er bloem doorheen. De hoeveelheid bloem hangt af van de kwaliteit van de bloem, het weer en nog een heleboel meer. De bedoeling is in ieder geval dat er een taaie dikke pap ontstaat die er zo ongeveer uitziet als gesmolten theebiscuit. Deze pap heet “een roux” en is het standaard bindmiddel voor sauzen in de klassieke keuken (maïzena is een latere uitvinding). De broer van meneer Rommelhok maakt ‘m dikker en droger dan meneer Rommelhok zelf zou hebben gedaan, trouwens.
  3. Neem de garde ter hand en giet melk bij de saus. Klop als een bezetene om de klonten eruit te krijgen. Dat kost spierkracht.
  4. Is de saus eenmaal mooi glad dan laat je ‘m even een beetje indikken.
  5. Roer zout, peper en nootmuskaat door de saus. Volgens Wikipedia is het toevoegen van nootmuskaat overigens een Nederlandse vinding. Een Fransman zou laurier en ui gebruiken. Italianen gooien er kaas doorheen (en noemen de saus “balsamella”). Het zou kunnen dat de broer van meneer Rommelhok dat ook gedaan heeft, maar dat weet meneer Rommelhok niet meer precies omdat er nogal wat Italiaanse rode wijn geschonken werd in de keuken.

In dit geval ging de Béchamel-saus over de opgerolde flensjes met vulling en vervolgens een half uur de oven in, maar je kunt ‘m natuurlijk ook gebruiken voor lasagna.