Zodra het kwik boven de twintig graden stijgt, wordt er in huize Rommelhok voornamelijk *sla* gegeten. Bijgevolg heeft meneer Rommelhok dan ook al weken niets noemenswaardigs meer gekookt. Wat dan weer, zoals u hebt gemerkt, tot gevolg heeft dat-ie dit weblog links heeft laten liggen.
Over sla is namelijk niet zoveel te vertellen.
Meneer Rommelhok zou meneer Rommelhok echter niet zijn als-ie uiteindelijk niet toch een manier gevonden had om een op zich vrij eenvoudig karweitje (rauwkost snijden, in een bak donderen en er een mengsel van azijn en olie overheen gieten) op een zo omslachtig mogelijke manier uit te voeren. Vandaar dat er nu weer wat te melden valt.
Bij de bereiding van sla liggen de mogelijkheden tot compliceren van de bereidingswijze vooral in de dressing. Wie de aandelenkoers van de firma Unilever wil opstuwen, gebruikt hiervoor een onsmakelijk mengsel van zout en suiker dat kant en klaar in de supermarkt wordt verkocht, terwijl de liefhebber van lekker eten simpelweg één deel azijn met vier delen olie vermengt: de zogenoemde vinaigrette. Zo’n vinaigrette is best lekker, uiteraard, maar na een keer of vijftien gaat de frisse, zurige smaak ervan een beetje vervelen en wordt het eens tijd te experimenteren met andere ingrediënten om aan je in stukken gescheurde botersla toe te voegen.
Welnu, meneer Rommelhok had besloten zijn dressings niet alleen de basissmaak “zuur” te geven maar ook de nog maar relatief kort geleden (in 1907) ontdekte smaak “umami” (Japans voor “lekker”). De eenvoudigste manier om dat te doen is simpelweg een paar druppels spul met een sterke umami-smaak, zoals vissaus, aan een gewone vinaigrette toe te voegen. Dat bleek echter nogal smerig te zijn. Beter is het volgende recept voor een Oosters aandoende salade:
Ingrediënten
- IJsbergsla
- Cashewnoten
- Arachide-olie
- Mirin (Japanse rijstwijn)
- Vissaus
Bereiding
- Snijd de ijsbergsla (u hebt toch wel een complete krop gekocht, mag ik hopen?) in stukjes en donder die samen met de cashewnoten in een bak.
- Giet een scheutje mirin in een kopje en giet er een veel kleiner scheutje vissaus bij.
- Giet vier keer zoveel olie als mirin en vissaus in het kopje.
- Meng de boel en giet het sausje over de sla.
Of dit echt lekker is, daar zijn we in huize Rommelhok nog niet helemaal uit. Wat in ieder geval wèl lekker is, maar ook nogal bewerkelijk, is tomatenvinaigrette:
- Schep het vocht en de pitten uit een paar tomaten in een zeef en doe er een klein beetje zout bij.
- Laat het vocht weglekken in een bakje.
- Voor het beste resultaat laat je dit een nachtje uitlekken.
- Meng één deel van het aldus verkregen vocht met vier delen olie. Voilà: tomatenvinaigrette. Lekker op, bijvoorbeeld, veldsla.
Wat heeft dit met umami te maken? Welnu, de tomaat is voor een vrucht tamelijk uitzonderlijk in de zin dat-ie een vrij sterke umami-smaak heeft (de meeste voedingsmiddelen die dat hebben, zijn van dierlijke oorsprong) en onderzoek uitgevoerd aan de universiteit van Reading, op aanraden van Heston Blumenthal, overigens, heeft aangetoond dat het nu juist de *zaadjes* van de tomaat (en de prut die eromheen zit) zijn waar de meeste umami te vinden is. U begrijpt nu dus waarom meneer Rommelhok het eenvoudige bereidingsproces van een simpele vinaigrette dacht te moeten compliceren met een zeef en een hele nacht wachten.
Nu hij dat eenmaal gedaan heeft, overweegt meneer Rommelhok echter ook om eens te proberen iets eetbaars te fabriceren met de pitten zelf. Zou dat mogelijk zijn?