Matthijs C. de Jonge



Potje’vleesch

“Une pot’zjevlesj” meende de serveerster de uitspraak van meneer Rommelhok te moeten verbeteren. Net alsof hij (Nederlander) dat niet beter zou weten dan zij (Franse). Nee, culinair heeft het echtpaar Rommelhok tijdens zijn vakantie in Frans- en Nederlandssprekend Vlaanderen weinig genoten (al was het lokale bier niet onaardig). Hompen vlees, geprakte aardappelen en veel, heel veel spekvet maakten dat de kilo’s er binnen luttele dagen aanvlogen en dat zelfs mevrouw Rommelhok (die een gekende afkeer van exotisch eten heeft) na een week snakte naar een goedkope wokmaaltijd omdat die, eindelijk, eindelijk, “legumes” beloofde.

Maar goed. Potje’vleesch dus (de apostrof schijnt verplicht te zijn). Dat is een onsmakelijke prak bestaande uit konijn (bah), kip, kalfsvlees en varkensvlees die bijelkaargehouden wordt door zure gelatine. Het is het toonaangevende streekrecept van Frans Vlaanderen, vandaar dat meneer Rommelhok zich eraan bezondigde, maar, op zijn zachtst gezegd, niet bijzonder smakelijk. Wie het zelf wil bereiden (niet doen!) vindt hier iets van een recept.