Matthijs C. de Jonge



Kentucky Fried Rommelhok

In zijn studententijd bewoonde meneer Rommelhok een kamer in een bekende Nijmeegse studentenflat aan het spoor. Hij woonde daar in een zogenoemde “gang” wat inhield dat hij sanitaire en, vooral, culinaire voorzieningen moest delen met vijftien andere heren en dames in die zo moeilijke leeftijd van achttien tot vijfentwintig jaar. De verhalen over hoe de eerder genoemde culinaire voorzieningen door de medebewoners dusdanig versmeerd werden dat meneer Rommelhok tot op de dag vandaag een glas Braziliaans rioolwater kan leegdrinken zonder daar noemenswaardige hinder van te ondervinden, zal hij u besparen. Belangrijker is namelijk dat hij tijdens zijn verblijf op die gang kennis maakte met de op zich tamelijk weerzinwekkende gewoonte grote hoeveelheden gekruide kippenpoten in een frituurpan te donderen en die vervolgens op te eten.

Nu was het meneer Rommelhok op zich niet ontgaan dat er sinds jaar en dag een Amerikaanse snelvoedselketen bestaat die niets anders doet dan gefrituurde kippenpoten verkopen, maar dat er mensen waren die rommel daadwerkelijk aten, dat kon hij zich toch moeilijk voorstellen, dat wil zeggen, tot het moment dat de Antilliaanse homoseksueel die de kamer naast hem bewoonde op een avond aanklopte en hem een druipend maar toch ook wel bijzonder knapperig kippepootje voorhield. Meneer Rommelhok, dankzij een jeugd in IndonesiĆ« zeer geoefend in begrip opbrengen voor andermans cultuur, nam de hem aangeboden etenswaar aan, ontdekte, zoals dat zo vaak gaat, dat ‘t zo gek nog niet was en zou gedurende de rest van zijn verblijf in die studentenflat om de andere maand een avond organiseren waarbij hij samen met een paar vrienden een kilo of drie aan gemarineerde kippenpoten zou wegvreten.

Inmiddels is meneer Rommelhok de dertig ruimschoots gepasseerd en gedraagt hij zich zoals het hoort. Doom speelt hij niet meer, “Ill Communication” van de Beastie Boys vindt hij bij nader inzien toch niet zo’n geweldig goeie plaat en gefrituurd voedsel eet hij slechts zeer sporadisch, en dan ook nog eens uitsluitend als ‘t is bereid door de frietboer om de hoek.

Desondanks kreeg hij vandaag de aanvechting voor het eerst in tien jaar weer eens wat supermarktkip in het vet te gooien. Met “Sabotage” op de koptelefoon en Adidas-gympen aan z’n voeten snelde hij naar de supermarkt om daar een pak meel, een fles arachide-olie en een gezinsverpakking kippenvleugels aan te schaffen (kruiden dacht meneer Rommelhok achterwege te kunnen laten omdat hij, in tegenstelling tot in 1994, geen Gauloises meer rookt). Thuisgekomen wentelde hij de kippenvleugels door de bloem en bedacht zich toen dat hij, in tegenstelling tot in 1994, geen elektronische friteuse tot zijn beschikking had.

Wat hij echter wel had was zo’n zwarte emaillen braadpan, een fles arachide-olie en een elektronische keukenthermometer.