Mevrouw Rommelhok werkt in het onderwijs en heeft derhalve een weekje vrij. Omdat dat voor meneer Rommelhok natuurlijk niet eerlijk is, beloofde ze als goedmakertje deze week dan maar voor het eten te zorgen. Als meneer Rommelhok uitgeput uit zijn werk kwam, zouden de piepers op tafel staan, was het idee.
Door schade en schande wijs geworden (mevrouw Rommelhok heeft, zoals wel eens eerder is opgemerkt, nogal een hekel aan koken wat tot gevolg heeft dat ze er meestal, behalve als het om toetjes gaat, niet al te veel van, eh, bakt) stelde meneer Rommelhok zich in op een week pakjes, geprakte aardappelen en allerlei minder geslaagde smaakcombinaties (roomsaus met spek, basilicum en sesamzaad bijvoorbeeld).
Zonder al te veel verwachtingen opende meneer Rommelhok vanavond dan ook de voordeur. Heerlijke geuren kwamen hem in het trappenhuis tegemoet. Hoe kon dat nu? Hij liep naar boven, gooide zijn jas over de kapstok en begaf zich naar de keuken. Daar stond, je houdt het niet voor mogelijk, mevrouw Rommelhok vol overgave te roeren in een grote pan pompoensoep. Behalve pompoen werd meneer Rommelhok ook witte bonen gewaar, prei, knoflook, gemberwortel en champignons. Tomaten zaten er ook in en ongeveer 2,5 deciliter groentebouillon (van zo’n blokje, ja). Zeer, zeer smakelijk.
De soep werd opgediend in de uitgeholde pompoen (zeer feestelijk) en geserveerd met rijst en een glas lichte witte wijn die de competitie met de soep niet goed aankon (maar dat was de schuld van meneer Rommelhok, die de wijn had uitgezocht). Meneer Rommelhok is benieuwd wat de rest van de week voor hem in petto heeft.