Het culinaire hoogtepunt van dit weekeinde was zonder enige twijfel de wilde eend van MrOoijer. Zelden zo lekker gegeten, echt een aanrader.
Maar goed, daarover heeft MrOoijer dus al geschreven.
Beduidend minder spectaculair, maar wel flink wat lastiger te maken: gnocchi. Dat zijn balletjes geprakte aardappel. Meneer Rommelhok heeft ze wel eens van zoete aardappelen gemaakt en vorige week probeerde-ie een receptje van het geschifte Amerikaanse echtpaar uit. In beide gevallen was het resultaat niet helemaal geweldig: omdat de zoete aardappelen en de bruine-boterprut het deeg nogal vochtig en onhandelbaar hadden gemaakt, moest er zoveel meel bij dat de gnocchi uiteindelijk nogal taai en rubberachtig werden in plaats van luchtig.
Meneer Rommelhok besloot daarom eerst maar eens te leren hoe je gewone gnocchi maakt alvorens zich weer aan een nieuwe buitenissige variant te wagen. Speurwerk op internet leerde hem dat je voor de juiste luchtigheid twee delen aardappel met hooguit één deel bloem moest mengen, dat je vooral niet teveel moest kneden om te voorkomen dat er taaie glutenketens ontstaan en dat een ei toevoegen het weliswaar gemakkelijker maakt om met het deeg te werken maar dat een echte vent (of, liever gezegd, een echte Italiaanse mamma) die weglaat. Ook leerde hij dat je voor het beste resultaat aardappels moet gebruiken die zo min mogelijk vocht bevatten (die noemen wij in Nederland “kruimig”). De Doré is bijvoorbeeld een goede keus.
Kook de aardappels in de schil (dit voorkomt dat ze tijdens het koken uitelkaar vallen en alsnog vocht opnemen), schil ze en prak ze. Doe dat met een stamppotstamper of met een vork. Roer er vervolgens wat bloem doorheen.
Probeer nu of je rolletjes kunt draaien van het mengsel. Als dat lukt: gefeliciteerd. Lukt het niet, klop dan een ei los in een kopje en roer er zo min mogelijk van door het mengsel heen. Nu moet het gemakkelijk lukken rolletjes te draaien van ongeveer drie centimeter dik.
Denk eraan dat je zo min mogelijk kneedt. Hoe meer je kneedt, hoe taaier je gnocchi zullen worden.
De rolletjes deeg snijdt je uiteindelijk in stukjes. Met een vork maak je er vervolgens een leuk patroontje op. Daarna donder je je gnocchi in een pan met kokend water. Als ze na een minuut of drie, vier boven komen drijven, zijn ze gaar. Dien op met een roomsausje of stamp wat rucola fijn met olijfolie, parmezaanse kaas en pijnboompitten (rucola-pesto) en gooi dat eroverheen. Smakelijk!