Wellicht omdat ze al meer dan vijftien jaar in de hippie-hoofdstad van Nederland wonen, vinden zowel meneer als mevrouw Rommelhok dat je eigenlijk geen vlees moet eten dat afkomstig is van beesten die hun hele leven mishandeld en getreiterd zijn in de stallen van de grootindustriële veehouderij. Kippen horen stofbaden te nemen, varkens moeten wroeten in de modder en koeien horen thuis in de wei, vinden meneer en mevrouw Rommelhok en bijgevolg blieven wij in dit huishouden kippen met afgezaagde snaveltjes, varkentjes met betonneurose noch kalveren met stoflongen en bloedarmoede. Biologisch moet het zijn, niet omdat wij denken dat beesten plezier beleven aan het eten van biologisch gekweekt graan (dat is immers het enige dat “biologisch” is aan “biologisch vlees”) maar omdat wij de illusie hebben dat een boer die zijn kuikentjes onbespoten gerst te eten geeft, ook wel zo vriendelijk zal zijn ze een beetje buiten te laten rondscharrelen. Of zoiets.
U kunt zich dus voorstellen dat wij in huize Rommelhok om principiële redenen bijzonder gecharmeerd zijn van het in deze tijd van het jaar gemakkelijk verkrijgbare wild. Immers, zo’n reetje heeft zijn hele leven lang ongestoord door de bossen kunnen huppelen tot op het allerlaatste moment waarin-ie door een zwaar gereguleerde jagersman met een welgemikt schot in één klap van het leven wordt beroofd. Veel biologischer kun je het niet krijgen, denken wij in huize Rommelhok.
Vandaar dat er uit de koelkast in de keuken tegenover het Rommelhok ineens een hazebout opdook. Zeer biologisch (probeer maar eens zo’n beest in een legbatterij te houden – dat zal je niet lukken), maar, helaas, ook zeer taai, omdat een haas nu eenmaal een beweeglijk beestje is dat in zijn opgewonden leventje aan vetreserves kweken nauwelijks toekomt. De canonieke bereidingswijze is dan ook het vlees langdurig te laten sudderen in het één of ander totdat de spiermassa uitelkaar valt en de afzonderlijke vezels met een laagje kookvocht bedekt zijn. Dat sudderen besloot meneer Rommelhok te doen in de afgelopen zomer in een opwelling van hebberigheid door mevrouw Rommelhok aangeschafte tajine (zo’n keramieken Marokkaanse stoofpan) omdat volstrekt onwetenschappelijk onderzoek in huize Rommelhok heeft uitgewezen dat wat je in de tajine laat stoven een stuk lekkerder smaakt dan exact dezelfde ingrediënten die je in een gewone “hollandse” pan laat staan pruttelen. Als kookvocht gebruikte meneer Rommelhok de inhoud van een flesje bokbier omdat hem dat wel herfstig leek en voor de smaak gooide hij er nog wat gesnipperde uien en knoflook bij. Nadat de hazebout zo’n zestig minuten had staan pruttelen, gooide hij er in het kader van de schijf van vijf nog wat krielaardappeltjes en spruiten bij en weer een half uur later kon de boel worden opgediend.
Heel erg lekker en moreel ook nog eens o zo verantwoord. Wat wil je nog meer?