Deze week waren meneer en mevrouw Rommelhok om de één of andere reden nogal in een Amerikaanse bui. Daags nadat mevrouw Rommelhok Obama live het presidentschap van de Verenigde Staten had zien opeisen en meneer Rommelhok, die de volgende dag gewoon moet werken, de eenzaamheid had verdreven met een documentaire over Ronald Reagan (waarin, zeer hoopgevend, werd opgemerkt dat alle Amerikaanse presidenten die met grote cijfers winnen er vervolgens een potje van maken: Johnson ging naar Vietnam, Nixon naar Watergate en Reagan deed iets onduidelijks met Iran en contra’s), zetten zij zich op de bank om de verkiezingsspecial van Jon Stewart en Stephen Colbert te bekijken met een bord zelfgemaakte hamburgers op schoot.
Die hamburgers waren gemaakt van, uiteraard, biologisch rundergehakt (tartaar is beter maar was op), Turks brood dat doormidden gesneden was en waarvan de helften even onder de grill een knapperig korstje hadden gekregen, plakjes kaas en wat groen. U ziet, zelfs van zo iets eenvoudigs en ordinairs als een broodje hamburger weten wij in huize Rommelhok nog een bewerkelijk knutselwerkje te maken.
Helemaal bewerkelijk werd het toen meneer Rommelhok bedacht dat een broodje met uitsluitend sla, kaas en een platgeslagen gehaktbal nogal een droge hap zou zijn. Saus moest erop. Helaas is het assortiment kant-en-klare sauzen van Calvé in de koelkast in de keuken tegenover het Rommelhok niet bijzonder groot, dus meneer Rommelhok moest zelf wat inelkaar flansen.
Gelukkig had hij, bij wijze van openingsaanbieding, een enorme berg tomaten cadeau gekregen van de nieuwe groenteboer op de hoek. Een paar van die tomaten sneed hij in kleine stukjes die hij vervolgens samen met een snuifje zout in een pan kieperde waarin al een minuut of vijf wat gesnipperde uien en flintertjes knoflook hadden liggen zweten op laag vuur. Hij draaide het vuur hoog om zoveel mogelijk water uit de tomatenprut te laten verdampen (”inkoken,” noemen sjieke topkoks dat) en toen er in de pan alleen nog een oranje-achtig prakje over was, gooide hij dat prakje in een zeef en perste het spul er doorheen om een onduidelijk gekleurde prut over te houden. Die onduidelijk gekleurde prut lepelde hij over de hamburgers heen en terwijl de begintune van Stewart en Colbert hem reeds tegemoetkwam, schreed hij met twee fraai opgemaakte borden de woonkamer in.
Na de eerste mislukte grap van de heren talk show hosts nam Mevrouw Rommelhok een hap van haar broodje, kauwde even en vroeg: “hoe komen wij aan ketchup?”