Matthijs C. de Jonge



Sichuan-peper

Volgevreten hadden meneer en mevrouw Rommelhok zich tijdens de kerst en daarom moesten ze op dieet. Of in ieder geval toch eens wat rustiger aan doen met verzadigde vetten, rode wijnen en in de oven gegaarde vlezen. Meneer Rommelhok, nooit te beroerd om van de nood een deugd te maken, besloot, zeer tot verdriet van mevrouw Rommelhok, overigens, voor wie een bord spaghetti met knoflook al bijzonder exotisch is, zich daarom maar eens te verdiepen in de Chinese keuken. Daarin zijn rollades met jus immers een zeldzaamheid.

Om te beginnen haalde hij naar oud Joods gebruik op derde kerstdag een portie Fu Yong Hai bij de Chinees op de hoek. Dat was enorm smerig, maar hij hield er wel een schitterende kalender aan over.

Vervolgens las hij op internet over de vele verschillende keukens die China rijk is (in geen enkele daarvan komt Babi Pangang voor, trouwens). Een klein uurtje zelfstudie leerde hem dat hij eens moest proberen groenten (en vlees, maar dat mocht pas weer als er tenminste drie kilo de man af was gegaan) in de wok te gooien op de manier waarop dat pleegt te gebeuren in de Chinese provincie Sichuan. Men eet zijn voedsel daar namelijk niet alleen nogal scherp gekruid, wat een zegen is als je de kou van de winter wilt verdrijven, maar men maakt er ook nog eens veelvuldig gebruik van een smaakmaker die meneer Rommelhok helemaal niet kende, wat ‘t natuurlijk extra aantrekkelijk maakte.

Dat kruid heet Sichuan-peper. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, is dat geen pepervariant maar een vruchtje dat familie is van de citroen en het aroma ervan doet dan ook eerder denken aan citrusvruchten dan aan chilipepers. Bij een redelijk gesorteerde toko zou je ‘t zonder problemen moeten kunnen kopen. Heb je ‘t eenmaal in huis, probeer dan eens het volgende recept:

Ingrediƫnten

  • 1 Pond sperziebonen.
  • 2 Bosuitjes
  • 8 gedroogde chilipepers, doormidden gesneden
  • 1 theelepel Sichuan-peper
  • Arachide-olie
  • 3 teentjes knoflook, fijngehakt
  • Ongeveer evenveel fijngeraspte gember als fijngehakte knoflook

Bereiding

  1. Snijd de sperziebonen in stukjes van ongeveer twee centimeter lang.
  2. Snijd de bosuitjes (alleen de witte delen, graag) in ringen. Voor het authentieke Chinese effect doe je dat diagonaal, zodat je zo groot mogelijke ringen krijgt.
  3. Verhit een paar eetlepels olie in een wok en roerbak de boontjes een minuut of vijf, zes. Daar krijgen ze een bruin velletje van en dat is precies de bedoeling.
  4. Haal de boontjes uit de wok.
  5. Verhit opnieuw een paar eetlepels olie in de wok en gooi er nu de chilipepers en de Sichuan-peper in. Laat een klein minuutje bakken tot de keuken begint te ruiken.
  6. Gooi de knoflook, de bosui en de gember in de wok. Roerbak de boel een paar seconden.
  7. Gooi de boontjes weer in de wok, schep de boel doorelkaar en draai het vuur uit.
  8. Klaar.

Is ‘t lekker? Zelfs mevrouw Rommelhok (die ook nog eens een broertje dood heeft aan heet eten) vond van wel. Verrassend genoeg bleek de Sichuan-peper het gerecht een nogal frisse smaak te geven die in niets leek op het muffe aroma dat je tegemoetwalmt wanneer je zo’n plastic bakje Nasi Rames openmaakt. Aanrader!