Onvoorstelbaar op zijn donder kreeg meneer Rommelhok afgelopen vrijdag van meneer Wateetons. Een dag later deed Yvon er nog een schepje bovenop. Schrijven moest meneer Rommelhok, over wat hij in de keuken uitspookte, en wel nu meteen.
Helaas voor zijn fans heeft meneer Rommelhok in de twee maanden sinds hij de peper uit Sichuan ontdekte, weinig bijzonders in zijn keuken uitgespookt, en om nu te melden dat-ie gerookte kip met piepers en paarse worteltjes heeft gegeten of een biefstuk met wat brood, daar heeft hij toch wat moeite mee. Worüber man nichts zu sagen hat, davon muss man immers schweigen
Maar vooruit, u vraagt, hij draait. Een stukje op mangerie noopte hem dit weekeinde zich eens te wagen aan de beproefde methode om taai oud vlees eetbaar te krijgen, namelijk door het urenlang op laag vuur te laten sudderen in een pan met allemaal zure rommel: het zogenoemde stoofpotje. Mevrouw Mangerie noemde haar variant “Gentse stoverij”. Daarin worden de taaie pezen van anderhalve kilo stukjes van ouderdom gestorven koe en die van driehonderd gram eveneens op hoge leeftijd omgekomen varken (en tweehonderdvijftig gram varkensnier, maar dat bleek in heel Nijmegen niet te krijgen te zijn) eetbaar gemaakt door ze twee uur lang te laten stoven in de inhoud van twee flesjes bier afkomstig van de abdij van de trappisten in Westmalle. Voor de smaak ging er verder wat ontbijtkoek doorheen, wat appels, wat uien, een boterham besmeerd met mosterd en, uiteraard, een bouquet garni bestaande uit peterselie, laurierblad en wat takjes tijm.
Nu is meneer Rommelhok in principe niet vies van een Belgisch abdijbiertje op zijn tijd, en zeker niet van eentje uit Westmalle. Ook vlees en ontbijtkoek vindt hij op zich niet smerig. Nadat-ie het prutje twee uur had laten koken en vervolgens, zoals het recept voorschreef, een nacht had laten staan, was hij dan ook buitengewoon hoopvol gestemd over het resultaat.
Dat bleek echter behoorlijk tegen te vallen. Weliswaar had het bier de vleesstukken inderdaad na een nacht weken zo mals gemaakt dat ze bij de minste aanraking uitelkaar vielen, de bittere, zurige smaak ervan was ook alle andere smaken, zoals die van de ontbijtkoek, van de appel en van de mosterd, volledig gaan overheersen. In plaats van rijk en vol van smaak, zoals de meeste stoofpotjes, was deze Gentse stoverij dun en wrang.
Wat meneer Rommelhok verkeerd gedaan had? Enig onderzoek op internet (naderhand, ja) leert dat meneer Rommelhok per ongeluk de verkeerde biersoort had gebruikt. Het recept had in het midden gelaten welke van de twee soorten (donker of licht) Westmalle hij had moeten gebruiken en voor de zekerheid had hij daarom maar van elke soort één fles gekocht. Naar hij nu weet, is dat zeer verkeerd geweest. Om je stoofpotje in balans te krijgen, heb je namelijk echt de zware, volle en suikerrijke smaak van donker abdijbier nodig. De lichtere (en alcohol-rijkere) variant doet het prima ’s avonds in je glas, maar mag, zo heeft hij nu door schade en schande geleerd, onder geen voorwaarde in je eten terechtkomen.