Zoals beloofd bij deze het verhaal over de kennismaking van mevrouw Rommelhok met de afschrikwekkendste keuken van Azië op die van de Minahasa (met kenmerkende gerechten als gefrituurde bosmuis, vleermuis in tamarindesaus en aan het spit gegaarde en met fijngestampte chilipepers bestreken kamponghond) na, te weten die van Laos.
Die keuken kenmerkt zich, aldus wikipedia door veelvuldig gebruik van rauwe groente, waarbij onder “groente” alles wordt verstaan dat een plantaardige oorsprong heeft, een afkeer van de bij kleine kinderen zo geliefde smaakcombinatie zoet en zuur en een uitgesproken voorkeur voor de in de rest van de wereld om begrijpelijke redenen minder geliefde smaak bitter.
Deze kenmerken komen het beste tot hun recht in één van de nationale gerechten van Laos, te weten de groentesalade Larb. Dit gerecht bestaat uit enorme hoeveelheden fijngesneden rauw groenvoer (waaronder nogal wat spul dat wij in de keuken tegenover het rommelhok normaalgesproken beschouwen als “kruiden”) aangevuld met dierlijke eiwitten als je ze kunt betalen (wat in het straatarme Laos vast niet altijd het geval zal zijn).
Op internet kwam meneer Rommelhok een redelijk authentiek ogend receptje tegen. Hij schreef de ingrediëntenlijst over en toog daarmee naar één van de drie Vietnamese toko’s die de binnenstad van Nijmegen rijk is. Daar wees men hem zeer behulpzaam de weg naar verse galangal-wortel (laos), naar de Thaise munt en naar het Vietnamese basilicum-achtige kruid dat “Rau Rahm” heet en kwam men zelfs, toen meneer Rommelhok de nieuwsgierig geworden verkoper uitlegde waar hij dat allemaal voor nodig had, aanzetten met een zakje kant-en-klare Larb-kruiden maar dat was dus niet de bedoeling.
Eenmaal thuisgekomen vermaalde hij een stuk kipfilet tot pulp en bakte hij die in een koekepan zonder olie rul. Vervolgens raspte en sneed hij samen met mevrouw Rommelhok (in een goed huwelijk doe je af en toe voor de gezelligheid iets met zijn twee) de volgende plantaardige ingrediënten fijn:
- 250ml koriander
- 4 bosuien
- 125ml munt
- 6 kaffir-blaadjes
- 6 kleine pepertjes
- 125 ml rau rahm (bij ontbreken van een Vietnamese toko vervangen door basilicum)
- 5 centimeter galangal-wortel (eventueel te vervangen door laospoeder)
- 2 stukken citroengras
Gooi de fijngesneden groente bij de rulgebakken kip en giet er twee theelepels vissaus en het sap van een grote limoen overheen**. Hussel de boel doorelkaar en dien op met wat gestoomde kleefrijst.
En ontdek dat een gerecht met zoveel kruiden erin inderdaad een behoorlijk bittere en wrange hap is*. En dat je van zo’n sterk smakende salade na twee of drie happen eigenlijk wel genoeg hebt. Wat overigens mevrouw Rommelhok niet belette er maar liefst vier te proberen weg te krijgen, omdat ze zich voor meneer Rommelhok niet wilde laten kennen. Meneer Rommelhok, die op zijn beurt zijn op zich terechte reputatie van nergens van bevreesde culinair avonturier wilde beschermen, propte er zelfs maar liefst een stuk of zes naar binnen.
Nadat ze zich op die dappere manier hadden opengesteld voor de exotische culinaire cultuur van een vreemd, ver land, was er nog zeker een halve bak salade over. Meneer en mevrouw Rommelhok keken elkaar even aan en grepen toen, zoals dat in een goed huwelijk gaat, tegelijkertijd naar de slabak om hem leeg te kieperen in de prullenbak.
De volgende dag aten ze speklapjes.
* Vooral als je er, zoals meneer Rommelhok had gedaan, te weinig kip in stopt. De kip neutraliseert de sterke smaak nogal. Toen meneer Rommelhok het gerecht twee weken later nog een keer maakte maar dan met de juiste hoeveelheid kip, was het een stuk beter te eten.
** De liefhebber vult dit mengsel aan met bruine rijstpoeder, te weten ongekookte rijst die je in een koekepan zonder olie in een half uur op laag vuur door en door bruin bakt en vervolgens fijnmaalt in een keukenmachine.