Matthijs C. de Jonge



Archief voor de categorie ‘rommelhok.com 2004-2005’



Trots

Trots liep het vrouwtje naast haar nieuwe vriend door de straten van de binnenstad. Wat was hij mooi! Zijn gezicht was prachtig bruin verbrand en zijn zwarte krullen glommen in de zon. Stevig pakte ze zijn hand vast om de straat over te steken

Haar hakjes kletterden over de kinderkopjes. Een bus hield even stil om twee fietsers te laten passeren en een huismoeder van omstreeks veertig keek haar eventjes afgunstig aan. Het vrouwtje zag dat best – ze glimlachte tevreden en als ze zich vanochtend niet had opgemaakt, had je zelfs een blosje kunnen zien verschijnen op haar wangen.

Zo’n fraaie vent als die van haar, die kwam je immers niet vaak tegen!

In de snelkookpan

- Heb jij al huppeldepup huppeldepup gedaan?

- Uiteraard. Ik had toch niets beters te doen.

- OK.

- Waar vind ik de gegevens van huppeldepup huppeldepup?

- Op de server, natuurlijk. Waar anders?

- O ja.

- Hebben we de bestanden van huppeldepup huppeldepup al binnen?

- Wat denk je zelf?

- Waarom kan klant X niet huppeldepup huppeldepup?

[ In koor ] – Omdat-ie een eikel is!

U ziet, die deadlines halen wij met het grootste gemak.

Zaterdagmiddag

Het was heel erg flauw van Erik om over Vikingen te beginnen toen Mark opmerkte dat-ie een blonde vrouw en een grote magere kerel met rossig haar uit het huis had zien komen en dat ze iets praatten dat op Zweeds leek, maar we moesten er wel om lachen. We moesten ook lachen toen Bart daarop de Zweedse kok van de Muppetshow had nagedaan en toen Bert zei dat-ie er geen barst van geloofde en daarom zelf maar ging kijken, rolden we zowat over de grond.

Hij deed het echt. Hij stond op uit z’n tuinstoel, wandelde naar het huis en bestudeerde het naambordje op de voordeur.

- Nou? brulde Erik.

- Olafson! schreeuwde Bert terug.

- Zie je nou wel, zei Mark.

- Leif Olafson, de verschrikkelijke sloper van het hoge Noorden, lachte Erik. Leif Olafson en zijn vrouw Inge Blauwtand met de dikke borsten.

Bart deed de Zweedse kok weer na: Poem piedoempiedoem piedoempiedoem pampam!

- Stil nou, riep Bert, en belde aan.

- Wat doe je nou dan?

- Sst!

Er werd niet opengedaan. Al gauw begonnen we weer naar elkaar te schreeuwen en grappen te maken. Bert stapte de voortuin in om door het woonkamerraam naar binnen te gluren.

Toen kwam er een auto – geen Volvo – de straat in. Die reed de oprit van het huis op en toen hij stilstond stapte er een lange, magere kerel uit met rossig haar en met een vriendelijke kop. Bert sprong voor het raam weg. De kerel keek hem verbaasd aan.

In het Engels hebben ze toen even met elkaar staan praten en ze hebben elkaar de hand geschud. Daarna ging de kerel zijn huis binnen. Bert liep naar ons terug.

- Je had gelijk, zei hij tegen Mark, terwijl hij weer in z’n stoel ging zitten. Die knikte tevreden.

- Ik zei het je toch!

Even waren we stil.

Toen trok Bart z’n mond weer open.

- Poem piedoempiedoem piedoempiedoem pampam! zong hij.

Onmiddellijk klapten we weer dubbel.

Je kunt je er heel druk om maken

Je kunt je er heel druk om maken dat scholieren met viltstift op hun schooltassen de namen schrijven van de landen waar hun grootouders vandaan komen.

Er waren vast ook mensen die het niet leuk vonden dat wij met typex (onze schooltassen waren natuurlijk zwart, dat spreekt voor zich) alles onderkliederden met doodshoofden en andere gruwelijke logo’s van de bands waar wij naar luisterden. De namen van die bands schreven we er trouwens ook vaak bij, en die waren over het algemeen ook niet bijzonder fijnzinnig (“Slayer”, bijvoorbeeld, of “Napalm Death” of “Dead Kennedy’s”). Sommige volwassenen zullen dat best onprettig gevonden hebben.

En net zoals er bij mij in de klas een jongen zat die vol trots “Death Kennedies” op zijn wiskundeboek had gekalkt, tekende laatst een meisje op de beslagen ramen van de bus een groot hart met daarin de tekst “Türkeyi Is The Best”.

Bij de ingang van de sociale werkplaats

De zwerver zat op het bankje naast de ingang van de sociale werkplaats en nipte aan een blikje bier.

Het was acht uur.

Uitgeteerde, verwrongen koppen en een tasje van de ALDI schuifelden voorbij. Van onder zijn capuchon keek de zwerver het verdrietig aan.

Op het fietspad huppelde een vrolijk klein mongooltje van omstreeks vijfendertig jaar.